Slopestyle is hét spectaculaire nieuwe onderdeel op de Olympische Spelen van Sochi. Zowel bij het snowboarden als het freestyleskiën is het doel een parcours met verschillende schansen en obstakels af te leggen met zo hoog mogelijke en adembenemende sprongen. Het is zeker niet de eerste aantrekkelijke kijksport op de Winterspelen, ook in het verleden kwamen (en gingen) nieuwe onderdelen op het wedstrijdprogramma. Soms eenmalig of als demonstratiesport, maar velen werden vaste prik op de Olympische Spelen. Altijd onder het motto Citius, Altius, Fortius.

De eerste Winterspelen werden pas in 1924 gehouden, 28 jaar na de invoering van de moderne Olympische Spelen. Wel werd er tijdens de Spelen van Londen in 1948 gekunstschaatst en in 1920 in Antwerpen ook ijshockey gespeeld. In Chamonix kregen de wintersporten hun eerste eigen toernooi (eerst nog wintersportweek genoemd) en stonden er zestien onderdelen op het programma, in de sporten bobsleeën, curling, militaire patrouille, schaatsen, skiën (langlaufen en skispringen) en ijshockey. Sindsdien wisselt het wedstrijdprogramma regelmatig van samenstelling.

Skeleton
Vier jaar later introduceerden de Zwitsers skeleton op de Spelen van Sankt Moritz. Deze sleesport is in die plaats ontstaan en wordt daar beoefend op de beroemde Cresta Run. De sport lijkt op rodelen, alleen ligt de atleet plat op de buik op de slee en gaat head first naar beneden, met hoge snelheid. In 1948 toen de Winterspelen opnieuw in Sankt Moritz werden gehouden, keerde ook skeleton weer voor een keer terug.

Sinds de Spelen van Salt Lake City in 2002 is skeleton een vast onderdeel. Jim Shea die het goud won in 2002 was de eerste derde generatie Olympiër: ook zijn opa (tweevoudig schaatskampioen in 1932) en vader (noordse combinatie in 1964) waren actief op de Winterspelen.

In dit filmpje ervaart Ed Lee (een sportjournalist van de BBC) de kick van skeleton:
Alpine skiën

Christl Cranz

Christl Cranz

Hoewel velen wintersport meteen met skiën zullen associëren, is alpine skiën pas sinds 1936 een olympische sport. In Garmisch-Partenkirchen werden in eerste instantie alleen medailles uitgereikt voor een combinatieklassement (afdaling en slalom), onder barre omstandigheden. De Canadese Diana Gordon-Lennox baarde opzien door met een gebroken arm in het gips en één stok in de andere hand naar de 29e plaats te skiën.

Het goud ging naar de Duitsers Christl Cranz en Franz Pfnür. Punt van discussie was de uitsluiting van deelname van ski-instructeurs die als professionals werden gezien. Dit leidde tot een boycot van Zwitserse en Oostenrijkse skiërs. Deze eeuwige olympische discussie zou nog regelmatig terugkeren, zoals bij de diskwalificatie van Karl Schranz in 1972. De grote Oostenrijkse skikampioen had geld verdiend met het maken van reclame.

Biatlon

Biatleet Klas Lestander

Biatleet Klas Lestander

Een sport met minder snelheid maar juist een spannende combinatie van beheersing (schieten) en zware lichamelijke inspanning (langlaufen) deed zijn intrede definitief in Squaw Valley. Eerder werd wel onder vergelijkbare omstandigheden gestreden op het onderdeel militaire patrouille, maar pas sinds 1960 is biatlon een vast onderdeel van de Winterspelen. De Zweed Klas Lestander werd de eerste kampioen, hij was geen briljant langlaufer maar met een maximale score van twintig rake schoten toch ongenaakbaar voor zijn concurrenten.

Rodelen
Rodelen is waarschijnlijk bekender dan skeleton, maar de sleevariant waarbij op de rug wordt afgedaald is pas sinds de Spelen van 1964 in Innsbruck olympisch. Dat de sport niet zonder gevaren is, blijkt uit de dood van de Brit Kazimierz Kay-Skrzypeski. De in Polen geboren piloot van de Royal Airforce verongelukte tijdens een trainingsrun in Innsbruck. Hetzelfde noodlot zou 46 jaar later de Georgiër Nodar Kumaritashvili treffen. Een dag voor de Spelen in Vancouver klapte hij tijdens een training tegen een paal en overleed aan zijn verwondingen. Mede door dit ongeluk ontstonden vraagtekens rond de veiligheid van de baan in Whistler. De Nederlander Edwin van Calker besloot uiteindelijk niet af te dalen in de viermansbob.

Gelukkig kent het rodelen ook genoeg succesverhalen, zoals dat van Georg Hackl. De Duitser won tussen 1992 en 2002 op vijf achtereenvolgende Olympische Spelen een medaille op dit onderdeel, waarvan de eerste drie keer een gouden.

Klik hier voor de eerste gouden medaille van Georg Hackl, ondanks zijn zilveren pak (het IOC houdt niet van insluiten, sorry!)

Shorttrack
Nadat shortrack in 1988 op de Spelen van Calgary een demonstratiesport was, maakte het in 1992 zijn definitieve olympische debuut. De schaatssport waarbij de rijders in tegenstelling tot bij het langebaanschaatsen tegelijk starten is spannend om te zien, omdat er op hoge snelheid wordt gestreden en de rijders vaak spectaculaire inhaalmanoeuvres uithalen die ook nogal eens tot valpartijen leiden. De baan is relatief klein en overzichtelijk waardoor de sport ook op televisie goed te volgen is.

Naast de individuele nummers wordt ook de aflossing verreden (met Nederlandse medaillekansen!), waarbij de teamgenoten elkaar een extra zetje geven. Dat alles mogelijk is bij shorttrack, bewijst de gouden medaille van Steven Bradbury op de Spelen van Salt Lake City in 2002. De Australiër is flink op achterstand gereden en lijkt voor het begin van de laatste ronde kansloos, tot alle concurrenten onderuit gaan en hij ook tot zijn eigen verbazing als winnaar over de streep komt.

Speedskiën
Op de Spelen van Albertville werd eenmalig geëxperimenteerd met het onderdeel speedskiën. Bij deze sport is het doel een zo hoog mogelijke snelheid te behalen, door de piste recht naar beneden af te dalen. Hierbij worden snelheden bereikt van ruim boven de 200 kilometer per uur. Speedskiën is al jaren door internationale skibond FIS erkend en er worden wereldkampioenschappen in gehouden, maar werd nooit echt olympisch.

Het zou goed kunnen dat de dood van Nicholas Bochatay hier iets mee te maken heeft. De Zwitser raakte tijdens een training van de Spelen van Albertville buiten de baan en kwam om het leven.

Curling

De Noorse curlers

De Noorse curlers

Curling wordt door velen gezien als het lachertje van de Olympische Winterspelen en is in die zin een vreemde eend in dit rijtje. Toch is curling een olympische wintersport van het eerste uur, want het stond op het programma van Chamonix in 1924 en keerde in 1932 kortstondig terug als demonstratiesport.

Voor wie de regels kent is de sport wel degelijk een spannend kijkspel, maar meer een schaakspel op ijs dan dat het spectaculair en snel is. De van oorsprong Schotse sport kent een enorme populariteit in met name Scandinavië en Canada en is sinds Nagano in 1998 terug op de olympische kalender, nadat de Alpenvariant ijsstokschieten in 1936 en 1964 twee keer een demonstratiesport was.

Freestyleskiën
Sinds de jaren ’90 kent het olympische winterprogramma een enorme uitbreiding door de opkomst van freestyle skiën en snowboarden. Albertville had in 1992 de primeur met het mogulskiën, waarbij een buckelpiste wordt afgedaald en onderweg twee spongen moeten worden gemaakt. Twee jaar later in Lillehammer werd het freestyleprogramma uitgebreid met aerials: spongen vanaf een schans waarbij elementen als salto’s en schroeven worden uitgevoerd in de lucht. In de volgende twee video’s is het verschil tussen deze disciplines duidelijk te zien.

Mogulskiër Alexandre Bilodeau, eerste Canadese olympisch kampioen in eigen land.

Aerials: de finale van 2010 op Cypress Mountain in Vancouver.

Snowboarden
Op de Spelen van Nagano in 1998 deed het snowboarden zijn intrede met twee onderdelen: halfpipe en reuzenslalom. Vier jaar later werd de reuzenslalom veranderd in de parallel reuzenslalom, waarbij twee boarders tegelijk starten op twee naast elkaar gelegen slaloms om het spannender te maken. In 2010 werd onze eigen Nicolien Sauerbreij olympisch kampioen op dit onderdeel.

Cross
De crossers strijden niet zoals bij de alpineskinummers tegen de klok, maar tegen elkaar, simpel gezegd: wie het eerste beneden is, wint. Onderweg moet ook nog even worden afgerekend met een lastig parcours vol hoogteverschillen en sprongen. Tijdens de Spelen van Turijn in 2006 werd dit onderdeel dat al veel succes had op de X-Games (een evenement voor extreme sporten) voor het eerst ook op olympisch niveau afgewerkt door de snowboarders en dit zorgde gelijk voor het gehoopte spektakel.

Vooral de finale bij de vrouwen kende een sensationeel verloop. De Amerikaanse Lindsay Jacobellis leek na een reeks valpartijen bij de concurrentie makkelijk op de overwinning af te koersen maar wilde nog één sprong maken, waarbij ze ten val kwam en werd ingehaald. Komt hoogmoed voor de val of zegt het iets over de sport waarin spektakel voorop staat?

Sinds 2010 is naast snowboardcross ook skicross een zo mogelijk nog bloedstollender olympisch onderdeel:

Slopestyle
Maar het kan nog extremer, moeten ze bij het IOC gedacht hebben! In Sochi wordt het freestylepakket nog verder uitgebreid met het misschien nog wel spectaculairdere slopestyle voor zowel snowboarden als freestyle skiën. De boarder of skiër daalt een parcours af met schansen en obstakels, waarbij zo hoog en moeilijk mogelijke sprongen en trucs worden uitgevoerd. Spektakel verzekerd dus. Voor Nederland verschijnt Cheryl Maas aan de start, in 2006 deed ze al eens mee aan het onderdeel halfpipe. Gaat het zien!

Slopestyle op de X-Games:

Het is precies een jaar geleden dat Londen even het hart van de sportwereld was. De Olympische Spelen werden een feest en het was altijd al mijn droom dit een keer mee te maken. Die droom kwam uit, maar wat lijkt het alweer lang geleden. Mooie herinneringen blijven, en bij gebrek aan een echte sportzomer tijd voor een terugblik aan een bijzondere trip!

Day 1

Tower Bridge

Op de dag van de opening landen we in olympisch Londen, ik was er al vaker maar het is duidelijk anders dit keer. Overal is het olympische logo zichtbaar, een olympische baan op straat en op het vliegveld worden we al ontvangen door een hele vriendelijke Britse ambassadrice die ons overlaad met tips en foldertjes. De toon voor de komende dagen is gezet.

Overal op straat en in de metro tref je mensen in hun landskleuren: supporters, sporters of begeleiders, de laatste herkenbaar aan de accreditaties om hun nek. De Britten hebben het metroverkeer maximaal opgevoerd en hoewel het soms stampvol is, gaat het reizen bijna altijd goed. We beginnen met een bezoek aan de Tower Bridge, voor de gelegenheid versierd met de olympische ringen. Het is ontzettend druk, later blijkt omdat de olympische vlam zou passeren, maar dat hadden we even gemist. We doen licht tegen beter weten in nog een poging bij de openingsceremonie te komen, maar verder dan de buitenste ring van het Olympic Parc komen we niet. De sfeer die er heerst is bijzonder en vol verwachting, met iedere tien meter een vrijwilliger die de meute de goede kant opstuurt en je een ‘great day’ wenst. We bekijken de opening in het Holland Heineken House, ook leuk maar natuurlijk waren we er graag bij geweest. De terugreis naar het hotel is hectisch, ook hier heeft de NS (sponsor van het HHH) bussen ingezet maar het is stressen en duwen om de laatste metro te halen.

Day 2

Horse Guards Parade

De eerste dag van de Olympische Spelen begint vroeg. Samen met nog vele andere supporters gaan we op weg naar The Mall, waar zowel het beachvolleybal als wielrennen is. Het wielrennen is grotendeels gratis te zien en met Cavendish als thuisfavoriet trekt het veel publiek. De stromen komen door elkaar en de Britse vrijwilligers die niet hadden verwacht dat de vele buitenlanders hun cue-technieken niet snappen, raken lichtelijk in paniek. Toch bereiken we redelijk vlot de ingang van Horse Guards Parade waar de securitycheck wacht, de eerste van velen. Wel terecht natuurlijk, maar de zwaarbewapende Britse militairen zijn erg vriendelijk waardoor de sfeer toch gemoedelijk blijft. Grappig is dat bij de eettentjes nergens reclame is, maar bijvoorbeeld slechts ‘fish’ op de borden staat. In de toiletten zijn de merknamen van de handdrogers zelfs afgeplakt. Voor de officiële partners van het IOC is uiteraard wel alle ruimte.

Dancers

Het beachvolleybaltoernooi wordt afgewerkt in een speciaal opgebouwd stadion op de paradeplaats van de Horse Guards Parade. Een unieke locatie middenin Londen met fantastisch uitzicht op het parlement, de Big Ben en London Eye. De zon schijnt en de sport is erg attractief om naar de kijken, de spelers vechten voor iedere bal en de speaker en opzwepende muziek doen de rest. Tijdens de time outs verzorgen Ken en Barbie-achtige dansers in strandkleding een behoorlijk lachwekkende performance. De sfeer zit er lekker in, waarschijnlijk mede door het bier dat vooral de Britten ondanks de vroege zaterdagmorgen moeiteloos wegwerken. Dat bier wordt overigens verkocht in plastic flesjes, wat mij nogal verbaast. In voetbalstadions zal je dat nooit tegenkomen. Later, tijdens de 100-meter finale zou er met zo’n flesje worden gegooid, dus over vier jaar in Rio zullen we ze ook wel niet meer terugzien.

Judo

De tweede venue van de dag die we bezoeken is ExCel, een enorm Jaarbeursachtig complex waar ook tafeltennis en verschillende vechtsporten worden gedaan. Wij komen voor het judo, waarbij de Nederlandse deelnemers van die dag Birgit Ente en Jeroen Mooren er helaas al uitliggen. Ente neemt later nog plaats op de behoorlijk oranje gekleurde tribune, in tranen. Haar olympische droom ligt in duigen. Ondanks dat ‘we’ niet meer meedoen, genieten we toch van mooie en spannende sport. Uiteindelijk winnen een Rus en een Braziliaanse judoka en is het toch ook bijzonder een medailleceremonie mee te maken. Na afloop blijkt de grootte van de Olympische Spelen, ExCel stroomt leeg en het dichtbij zijnde metrostation wordt afgesloten vanwege de drukte. We worden omgeleid en na een wandeling komen we bij een andere waar het minder druk is. In het hotel kijken we op tv naar de zwemfinale waarbij de Nederlandse dames net naast het goud grijpen. Enigszins teleurgesteld gaan we toch nog even naar het Holland House. Helaas lopen er vrij veel bobo’s rond die avond, de mythe van het HHH krijgen we daardoor niet helemaal mee. Het sponsorgehalte is erg hoog en wat er verkocht wordt is duur. Bij een huldiging zal het er ongetwijfeld geweldig zijn, maar ons viel het wat tegen.

Day 3

Olympic Parc

Pringle

Het olympisch hockeytoernooi start vandaag al vroeg met de dames en wij gaan naar Nederland – België. We vertrekken om half 8 uit het hotel, want na aankomst bij het Olympic Parc is het nog een behoorlijke wandeling naar de Riverbank Arena, het hockeystadion. Het is nog betrekkelijk rustig dus ook een mooie gelegenheid om even rond te kijken. We passeren het olympisch stadion, het zwemstadion, de wielerbaan, de orbit en de enorme olympische shop. Eenmaal in het hockeystadion pikken we nog net de tweede helft van Nieuw-Zeeland tegen Australië mee. Nieuw dit olympisch toernooi is dat er op een blauw veld met een gele bal gespeeld wordt, het is opvallend hoeveel beter het spel zo te volgen is. Er zitten veel Nederlanders op de tribune, waaronder Willem-Alexander en Maxima en enthousiast aanmoedigende prinsesjes en ook Filip en Mathilde van België zijn er met hun kinderen. Naast mij zit een Nederlandse vrouw die helaas meer oog heeft voor haar iPhone en het bellen van haar connecties dan voor de sport op het veld, maar gelukkig is de rest om mij heen wel enthousiast. Nederland wint vrij eenvoudig en in de tweede helft slaat het weer om en worden we verrast door een echte Britse shower, de poncho’s hebben we dus niet voor niets mee. Op de terugweg is het een stuk drukker op het olympic parc, het lijkt wel een mierenhoop. De shop slaan we over, want er staat een gigantische rij.

Hockey

Royals

We gaan op weg naar Knightsbridge om de wegwedstrijd van het wielrennen bij de vrouwen te gaan bekijken. We vinden een lunchtentje pal aan het parcours en tegenover Harrods en hebben ruim de tijd om even lekker te lunchen. Via de internetradio volgen we de koers en het blijkt dat Marianne Vos samen met twee anderen op kop rijdt. Als we buiten langs de dranghekken staan in afwachting van de rensters breekt de Londense hemel opnieuw open: een enorme hoosbui dus wederom de poncho’s aan. Er is tijd om precies één foto te maken en Marianne haar naam na te schreeuwen. De rensters die voorbij flitsen in het noodweer geven een heroïsch beeld. Op de radio horen we dat Vos wint in de sprint en we staan in de stromende regen te juichen op een Londense stoep met de oortjes in. We worden gefeliciteerd alsof we zelf hebben gewonnen door willekeurige Britten die ook stonden te kijken en later nog in de metro door een vrijwilliger die we eerder de weg hadden gevraagd: ‘Your lady won!’. Sport verbroedert en we drinken er samen met nog wat andere Nederlanders een pint op in een pub. Op de terugweg naar het hotel gaan we langs de olympische shop op St. Pancras station en kopen voor een vermogen aan olympische souvenirs onder het motto ‘nu we er toch zijn’. We eten in een restaurant met sport op een groot scherm en daarna nog naar het HHH, helaas zonder huldiging van Marianne Vos want ze moet later die week nog de tijdrit rijden. We zien wel haar ouders bij de uitgang. Het was een fantastische dag: met olympisch hockey, het koningshuis en een gouden medaille. Wat wil je nog meer?

De Vos is los

Day 4
Een bezoek aan Wimbledon zorgt voor een passende afsluiting van vier fantastische dagen Olympische Spelen. Het complex ligt aan de rand van een typisch Engelse woonwijk waar je eerst doorheen wandelt vanaf de metro. Maar dan ineens zit je met je neus bovenop het heilige gras. Het complex is prachtig aangelegd met klimop en overal bloembakken en ook de olympische aankleding is geheel in stijl paars en groen. We hebben kaarten voor het centre court en ondanks dat we vrij hoog onder het dak zitten, heb je toch het gevoel bovenop de baan te zitten. De spelers dragen geen wit zoals gebruikelijk is op Wimbledon maar de kleuren van hun land en dat is een apart gezicht. We hebben het enorm getroffen met het speelschema, want we krijgen eerst een wedstrijd te zien van Azarenka en daarna zelfs van Federer! Azarenka blijkt nog harder te schreeuwen dan op tv en de Zwitser maakt korte metten met Beneteau. We genieten van zijn spel en vooral van zijn backhand waarmee hij de Fransman soms alle hoeken van de baan laat zien. Hoewel het in het begin nog rustig is, zitten de tribunes tijdens de wedstrijd van Federer lekker vol en moet hij zelfs wachten met serveren vanwege de wave die rondgaat.

Federer

Voor we het weten is de wedstrijd afgelopen en moeten we ons haasten naar het vliegveld. The games will go on, maar dan op televisie, de mooie successen van Epke, Dorian, Ranomi, de hockeyteams en vele anderen zouden nog volgen. De dagen in Londen gingen ontzettend snel voorbij, vanwege ons drukke schema en de vele indrukken en mooie momenten. Wat echt opviel was de gemoedelijke sfeer die heerstte in Londen, waar de Britten normaal vaak ook al zo vriendelijk en beleefd zijn en rustig in de rij staan. Met de vele nationaliteiten die er rondlopen, met of zonder sportkleding voel je je echt een wereldburger op de Olympische Spelen. Mensen zijn over het algemeen erg vriendelijk en maken makkelijker contact met elkaar. Er is concurrentiestrijd op een leuke sportieve manier. De liefde voor de sport heb je gemeen. Helaas geldt dit niet voor alle sponsors en bobo’s, maar sport en commercie kunnen nou eenmaal niet zonder elkaar.

De olympische droom die ik al van kinds af aan had om ooit de Olympische Spelen mee te maken, is meer dan uitgekomen. Ik vrees dat ik voorgoed besmet ben en hoop er over drie jaar in Rio weer bij te zijn. Want zoals inmiddels koning Willem-Alexander het verwoordde in Londen Late Night: ‘De Olympische Spelen zijn mooier dan 26 WK’s bij elkaar.’ Amen.

The Baltimore Bullet en andere olympische geuzennamen

Michael Phelps is ook maar een mens. Toch werd The Baltimore Bullet gisteren in Londen na twee nederlagen de beste olympiër aller tijden. Wil je als een beetje succesvolle sporter echt meetellen, dan moet je op zijn minst een goede bijnaam hebben. Bijnamen worden vaak bedacht door fans of journalisten en de ene is origineler dan de andere. Vaak wordt de bijnaam afgeleid van de naam van de sporter, van uiterlijke kenmerken of heeft het iets met de cultuur van het land van herkomst te maken. Superlatieven schieten daarbij zelden te kort.


De Zwarte Gazelle

Wilma Rudolph

Wilma Rudolph won in Rome drie keer goud: op de 100 meter, 200 meter en 4x 100 meter. Vanwege haar snelheid en haar lange benen werd ze De Zwarte Gazelle genoemd. Nu klinkt dat enigszins racistisch, maar daar deden ze in 1960 nog niet moeilijk over. Verder is opmerkelijk aan haar dat ze als kind aan polio leed.

Spartacus

Spartacus

Waar de bijnaam van Fabian Cancellara op slaat, behoeft weinig uitleg. De geblokte Zwitser werd in 2008 olympisch kampioen tijdrijden in Beijing.

The Flying Finn

Flying Finns

Net als meerdere Vliegende Hollanders heb je ook meerdere Flying Finns. Deze bijnaam staat synoniem voor de Finse hardlooptraditie die met name in de jaren ’10, ’20 en ’30 van de vorige eeuw furore maakte. De eerste vliegende Fin was Hannes Kolehmainen (4x goud in 1912 en 1920), gevolgd door Paavo Nurmi (9x goud in 1920, 1924 en 1928), Ville Ritola (5x goud in 1924 en 1928), Volmari Iso-Hollo (2x goud in 1932 en 1936) en tot slot Lasse Virén (4x goud in 1972 en 1976). Het is dus al een tijd stil rond de Finnen op atletiekgebied, maar ook in andere sporten wordt de bijnaam gebruikt. Zoals voor de skispringers Matti Nykänen en Janne Ahonen en coureurs Mika Häkkinen en Kimi Räikkönen.



De Vliegende Huisvrouw

FBK

In variatie op De Vliegende Hollander hebben “we” natuurlijk De Vliegende Huisvrouw: Fanny Blankers-Koen. Ze was al moeder van twee kinderen toen ze haar vier gouden medailles won. Ook werd ze The Flying Dutchmam genoemd.

Jesse

Jesse Owens
Nog zo’n gigant uit de atletiek. Niet iedereen zal weten dat Jesse eigenlijk ook een bijnaam is. De winnaar van drie gouden medailles in 1936 heet namelijk officieel James Cleveland Owens.


Bami

Naomi van As

Soms ontstaan bijnamen binnen een ploeg waardoor ze voor buitenstaanders onbegrijpelijk zijn. Zo wordt hockeyster Naomi van As Bami genoemd door haar teamgenoten, naar eigen zeggen deels vanwege haar licht Aziatische uiterlijk. Ze vertelt erover in de documentaire Van begin tot goud:


Tarzan

Tarzan
Johnny Weissmüller kreeg zijn bijnaam pas na zijn zwemcarrière. De vijfvoudig olympisch kampioen verruilde zijn zwembroek voor een lendendoekje en schitterde als filmheld Tarzan.

The Baltimore Bullet

Michael Phelps
Alliteraties doen het altijd goed, zo ook bij de beste olympiër aller tijden. Michael Phelps won al 19 olympische medailles (bijgewerkt tot 1 augustus 2012) en overtroefde daarmee Sovjet-turnster Larissa Latynina. Hij komt uit Baltimore, dus is de combinatie snel gemaakt.


The Dutch Dolphin

VDH

Naar onze eigen grootste zwemmer ooit is bij leven al een stadion vernoemd. Pieter van den Hoogenband won drie keer goud en werd naast The Dutch Dolphin ook wel Hoogie genoemd. Blijkbaar is Van den Hoogenband wel tevreden met zijn bijnaam want hij gebruikt @TheDutchDolphin op Twitter.

Flo-Jo

Flo-Jo
Florence Griffith-Joyner was een stijlicoon en haar tijd ver vooruit. Zo liep ze met een capuchon, net als Cathy Freeman twaalf jaar later in Sydney, en droeg ze een trendy riempje tijdens haar gouden race in Seoul. De atletiekbaan was de catwalk van de veel te jong overleden Flo-Jo.

Lightning Bolt/ Thunderbolt

Usain Bolt

Grote kampioenen hebben soms meerdere bijnamen. Op de snelheid van Usain Bolt staat vooralsnog geen maat. De Jamaicaan is houder van het wereldrecord op de 100 en 200 meter en regerend olympisch kampioen op beide afstanden. Vandaar de bijnamen Lighting Bolt en Thunderbolt. Cool Runnings had ook gekund, naar de film over het Jamaicaanse bobsleeteam. Dat doet teveel af aan de prestaties van Bolt, bij wie winnen toch echt belangrijker is dan meedoen.

Wo-Tho-Huck

Jim Thorpe

Eigenlijk is dit geen bijnaam, maar de indianennaam van Jim Thorpe die Lichtend pad betekent. De atleet kreeg in Amerika als kind regelmatig te maken met racisme vanwege zijn Indiaanse afkomst. In 1912 won Thorpe goud op de vijfkamp en de tienkamp in Stockholm maar moest deze medailles later inleveren. Hij zou geen amateur zijn geweest omdat hij wat geld had verdiend met het spelen van honkbal. Thorpe werd pas na zijn dood gerehabiliteerd door het IOC, na het aftreden van voorzitter Avery Brundage. Was het rancune van Brundage, die zelf deelnemer was aan de tienkamp in 1912? We zullen het nooit zeker weten. Een treurig verhaal is het wel.


Elisa Casanova

Elisa Casanova

We sluiten af met Elisa Casanova, die er eigenlijk ook niet bijhoort omdat ze echt zo heet. De uitstraling van de Italiaanse waterpoloster is zeker in actie alles behalve charmant te noemen. Mede daardoor is haar achternaam toch een soort geuzennaam. En dan speelde de kolossale aanvalster tijdens de Olympische Spelen van 2008 ook nog eens met een gezichtsmasker vanwege een gebroken neus, wat haar Hannibal Lecter-look extra verstekte.

Nog een week te gaan! Londen maakt zich op voor de Olympische Spelen. De stad gebruikt hiervoor een mix aan nieuwe en tijdelijke sportlocaties en zijn er wedstrijden op historische plekken in de stad. Een kleine rondleiding langs een aantal bijzondere stadions..


The Mall
Start en finish van de marathon, het snelwandelen en de wegwedstrijden bij het wielrennen ligt dit keer op The Mall, de weg tussen Buckingham Palace en Trafalgar Square. Op de tribunes bij de streep na zijn de wedstrijden hier gratis te bekijken voor het publiek.


Horse Guards Parade

De beachvolleyballers (waaronder drie Nederlandse duo’s) spelen op een tijdelijk strand tegen het prachtige decor van de grote paradeplaats van Horse Guards Parade nabij White Hall.


Lord's

De boogschutters richten hun pijlen op crickettempel Lord’s deze Olympische Spelen.


Olympic Park

Het olympisch stadion waar de openings- en sluitingsceremonies en de atletiekwedstrijden worden gehouden is nieuw. Dit stadion met plaats voor 80.000 toeschouwers vormt het hart van het Olympic Park in Oost-Londen. Het is ontworpen door architectenbureau Populous, dat eerder al het nieuwe Wembley bouwde.


Velodroom

Even verderop staat het velodroom. Dit duurzame hoogstandje vangt regenwater van het dak op waardoor het waterverbruik met zeventig procent kan worden teruggedrongen.


Riverbank Arena

Ook in het Olympic Park staat de Riverbank Arena. De Nederlandse hockeydames verdedigen hier hun olympische titel op nieuw blauw kunstgras, waarop het spel met de gele bal – ook nieuw – beter is te volgen. Het stadion wordt na de Spelen gedemonteerd en ergens anders opnieuw gebruikt.

Foto’s: LOCOG