Persoonlijk fotoverslag van een mooie tourperiode in de Domstad.

De droom die ooit begon op het bierviltje van Jeroen Wielaert werd werkelijkheid: de Tour de France ging onder de Dom door. In de aanloop naar het Grand Départ kleurde Utrecht langzaam geel, werden straten versierd, muurschilderingen gemaakt, bomen ingepakt met bolletjesstof en verschenen overal kunstzinnig beschilderde Nijntjes en creatieve etalages.


Het werd een feest voor alle Utrechters, dat begon met de ploegenpresentatie op het Lepelenburg op donderdag. De kans om de renners een voor in het echt te zien lieten de mensen zich niet ontnemen, op een prachtige locatie met de Dom op de achtergrond. Ook voor de minder grote wielerliefhebber was er genoeg te doen: de stad zinderde. Van de hitte en van de opwinding vanwege een van de grootste sportevenementen ter wereld in eigen stad.


Het tourcircus streek neer bij de Jaarbeurs en het sportieve gedeelte startte op zaterdag met een proloog over 13,7 kilometer door Utrecht. Het kabaal en enthousiasme van de fans langs de kant was zo oorverdovend dat het de benen bij sommige renners blokkeerde en anderen juist weer vleugels gaf. 

De gedroomde Nederlandse gele truidrager kwam er net niet, maar met die sympathieke Australiër konden we, onder toeziend oog van onze koning en tevens geboren Utrechter, ook prima leven. Wat opviel was de gemoedelijke en sportieve sfeer onder het publiek, die bijna deed denken aan de Olympische Spelen. Hier en daar een spontaan praatje met wildvreemden, uit Australië, Eritrea maar ook uit Soest of de eigen wijk.

Utrecht liet zich van zijn beste kant zien, van het inzamelen van gescheiden afval tot de prachtige helikopterbeelden die de Franse regie de wereld instuurde. Van ‘le Dom Toren’ met zijn gele vlaggen, ‘le Chateau De Haar’ en het glinsterende water van een uitgestorven Oudegracht op zaterdagmiddag, stuk voor stuk historisch. 


Op televisie sprak Filemon over het minderwaardigheidscomplex waar Utrecht nu mee afrekende, maar ik zou het eerder ongekende trots willen noemen. We kunnen niet opboksen tegen de grootte van Amsterdam of Rotterdam en dat hoeft ook helemaal niet. Utrecht is ‘het mooist van allemaol’ op zijn geheel eigen authentieke wijze. Onze grachten werden niet voor niets verkozen tot mooiste van Europa, vanwege de unieke werven maar ook omdat ze nog niet zijn verpest door massatoerisme.


A demain!
En het tourfeest was nog niet afgelopen, het echte hoogtepunt moest eigenlijk nog komen bij de start van de tweede etappe. De renners maakten voor de koers echt begon een ereronde door de historische binnenstad, met als climax het onderdoor fietsen van de Domtoren. Waar tourbaas Christian Prudhomme spontaan een saluut bracht aan het publiek dat even spontaan ‘Als ik boven op de Dom sta’ inzette. Kippevel. Met enige weemoed keken we hoe het peloton de stad verliet via de singels en de Maliebaan, met het oudste fietspad van Nederland, en zwaaiden we de renners uit. Au revoir, et merci!


Wat blijft zijn de mooie herinneringen, prachtig verbeeld in onderstaand filmpje, de muurschilderingen, en fijn opnieuw bestrate wegen. Sorry critici, ik kan niets negatiefs bedenken! Het was bijna te mooi om waar te zijn, dus blijft het eigenlijk toch een droom.

Mart Smeets staat bekend om zijn karakteristieke uitdrukkingen in zijn presentatie en zijn commentaar. Volgend jaar na de Olympische Spelen neemt hij afscheid, en tijdens deze Tour de France presenteert hij voor het laatst De Avondetappe. Een greep uit het vocabulaire van het boegbeeld van Studio Sport. Eén uitspraak hoort er niet bij. Weten welke? Kijk onderaan de pagina.


deMart

(Dit artikel verscheen eerder in KRO Magazine)