De mascottes voor de Olympische Spelen in Londen over twee jaar zijn alweer enige tijd bekend, dus is het hoog tijd om Wenlock en Mandeville eens in perspectief te plaatsen. Voor elke organiserende stad is de mascotte een soort paradepaardje. Vaak wordt een (lokaal) beroemde kunstenaar ingeschakeld om ze te ontwerpen.

Over de schoonheid van het eindresultaat lopen de meningen meestal nogal uiteen, maar wat vaststaat is dat de mascottes altijd iets zeggen over het tijdsbeeld van de betreffende Olympische Spelen. Ze hebben ook vaak een symbolische betekenis, die soms wel iets te ver doorschiet.

Knuffels

Als verzamelaar van olympische mascottes krijg ik meestal leuke reacties of soms vreemde blikken als mensen ze zien staan in mijn huis. De één herkent ze en de ander vraagt zich af wat ik met die knuffels moet. Het leuke van het verzamelen van mascottes is dat ze eigenlijk niet kapot kunnen. Kinderen kunnen er dan ook gewoon mee spelen.

Het is alleen wel oppassen geblazen als ze er eentje in handen hebben waar het kaartje nog aanzit. Zo stond mijn toen tweejarige nichtje op het punt het label van Misha uit 1980 af te rukken en zei ‘beer au!’. Niet dat ik ze ooit wil verkopen, maar met kaartje zijn ze net iets specialer. In de verpakking bewaren gaat mij wel een beetje te ver, het moet wel leuk blijven.

Londen 2012

Wenlock en Mandeville stellen Britse staaldruppels voor en zijn er in verschillende uitvoeringen. Net als alle olympische mascottes staan ze weer bol van de symboliek. De drie punten op het hoofd van Wenlock doelen op een erepodium. Mandeville is de mascotte voor de Paralympics en vernoemd naar de plaats waar in 1948 sportwedstrijden werden gehouden voor gehandicapte oorlogsveteranen. Dit initiatief van Sir Ludwig Guttmann zou later uitgroeien tot de Paralympics. Gelukkig voor de verzamelaars heeft Londen gekozen voor een duo mascottes gekozen en niet voor vijf stuks zoals Beijing vier jaar geleden.

Beijing 2008

De Fuwa verwijzen naar de vijf olympische ringen. Vier ervan stellen een Chinees dier voor: de zwarte Jingjing is een panda, de groene Nini een zwaluw, de oranje Yingying een Tibetaanse antilope en de blauwe Beibei is een vis. De vijfde, de rode Huanhuan, verbeeldt de olympische vlam. Liefkozend herhalen de Chinezen de naam, wanneer de eerste lettergrepen achter elkaar worden uitgesproken vormen ze de zin “Bei Jing Huan Ying Ni”, wat “welkom in Beijing“ betekent.

Athene 2004

Phevos en Athena zijn goden met menselijke eigenschappen. De mascottes zijn gebaseerd op de vorm van terracotta daidala (godenbeeldjes), wat ze in sommige kringen omstreden maakte.

Sydney 2000

Dieren blijven populair als mascotte en de Australiërs hebben natuurlijk een enorme vijver aan bijzondere dieren om uit te vissen. Ze kiezen voor de Spelen van 2000 voor een vogelbekdier (Syd), een mierenegel (Millie), en een kookaburra (Olly). Het trio staat daarmee symbool voor lucht, water en aarde. Millie (rechts) is voor mij extra bijzonder omdat ze het begin was van mijn verzameling. Ik kreeg haar opgestuurd van een vriendin die destijds in Sydney woonde.

Atlanta 1996

De Amerikanen komen in 1996 met Izzy, een afkorting van “what is it?”. Het is een goede vraag wat het beest voorstelt, duidelijk een typische jaren ’90-creatie. Persoonlijk vind ik het geen topper, maar mijn nichtje denkt daar anders over. Zij vindt hem de liefste, waarschijnlijk vanwege de grote ogen en felle kleuren.

Barcelona 1992

De organisatie in Barcelona kiest gelukkig gewoon voor een dier, maar het is geen gewoon knuffeldier geworden. De Catalaanse schaapshond wordt uitgevoerd in kubistische stijl als ode aan Picasso. Cobi krijgt een eigen tv-programma en is vanwege alle merchandise eromheen een groot succes, ook in Nederland. De uitvoering van pluche is tegenwoordig lastig te vinden.

Seoul 1988

Hodori is een amur tijger en staat symbool voor de gastvrijheid van Zuid-Korea. Zijn naam betekend kleine tijger. Voor de verzamelaars is het belangrijk dat de mascotte compleet is, dus met de olympische medaille, het lint op de rug en de plastic standaard. Hodori heeft ook een vriendinnetje: Hosuni, maar zij stond behoorlijk ouderwets nogal in de schaduw van het mannetje.

Los Angeles 1984

Amerikaanser dan dit kan eigenlijk bijna niet. De mascotte van Los Angeles is een adelaar, het nationale symbool van de Verenigde Staten. De naam Sam verwijst naar Uncle Sam, een ander Amerikaans icoon. Doet de mascotte, die een combinatie is van een pop en een knuffeldier, je een beetje aan Disney denken? Dat klopt want hij is ontworpen door C. Robert Moore van het grote entertainmentconcern.

Moskou 1980

Misha is de eerste olympische mascotte die een groot verkoopsucces wordt. Er is een scala aan producten van het beertje op de markt, wat later heel gebruikelijk wordt bij sportevenementen. Misha (koosnaam van Michael) had zelfs een eigen televisieserie, speelde een rol tijdens de openingsceremonie en liet aan traan tijdens de sluitingsceremonie in Moskou. De beer is in Rusland een veel gebruikt figuur in sprookjes, Misha is dan ook ontworpen door een illustrator van kinderboeken.

Montreal 1976

De organisatie in het Canadese Montreal kiest in 1976 voor een bever als symbool van hun Olympische Spelen. De naam Amik betekent bever in de taal van de oorspronkelijke bewoners van het land. De mascotte is in een kleine oplage gemaakt en daarom zeer lastig te vinden. Dus mocht je er ergens eentje zien, laat het me weten!

München 1972

De komst van mascottes is weer een stap in de langzame vercommercialisering van de sport en de Olympische Spelen. Waldi is in 1972 de eerste officiële mascotte, waar Grenoble en Mexico-Stad in 1968 ook al vergelijkbare poppen op de markt brachten. De teckel is een helemaal in de stijl van de jaren ’70 gekleurd. De olympische kleuren groen, geel en blauw zijn erin verwerkt, maar zwart en rood zijn bewust weggelaten om een link met de Nazi’s te vermijden. Nu is dat moeilijk voor te stellen, destijds lag dat blijkbaar nog te gevoelig.

Sponsoring

Het NOC*NSF heeft in de loop der jaren verschillende keren een mascotte uitgebracht voor het Nederlands Olympisch Team. Dat sponsoring en mascottes niet goed samengaan, bewijst deze Robijntje uit 2006, een gruwelijk product van commercie.

Het lachende vlammetje Tjemp uit 2008 is, op de naam na, al een stuk beter geslaagd.

Dat het wel kan om een leuke gesponsorde mascotte te maken, bewijst diskettefabrikant 3M in 1992 met deze twee beertjes. Destijds was ik erdoor gefascineerd en een paar jaar geleden kwam een kinderdroom alsnog uit toen ik ze vond op Marktplaats.

Mascottes en foto’s: privécollectie, m.u.v. Amik © IOC.org

Weer niet… Net als in 1974 en 1978 slaagde het Nederlandse Elftal er gisteren niet in om de WK-finale te winnen. Toch komt er morgen een rondvaart door de Amsterdamse grachten. Hebben we dan niets geleerd van 1974? Winnen is belangrijker dan meedoen!

Het is ver voor mijn tijd, maar de beelden van de polonaise door de tuin van het Catshuis zijn behoorlijk tenenkrommend (zie einde filmpje). Begrijp me niet verkeerd, onze jongens hebben het goed gedaan in Zuid-Afrika en verdienen waardering. Bert van Marwijk heeft een team gesmeed dat won van Brazilië en het schopte tot de finale, waarin “we” helaas ook niet veel verder kwamen dan schoppen. Het is de vraag of het team echt zit te wachten op een huldiging, inclusief rondvaart.

Misschien zat het er gisteren gewoon niet in. Eerlijk is eerlijk: Spanje was net iets beter en kon zich gelukkig prijzen met de steun van de Engelse scheidsrechter. Howard Webb besliste de wedstrijd natuurlijk niet in zijn eentje, maar mat wel heel nadrukkelijk met twee maten. De Spanjaarden gingen maar al te graag tegen de grond en vroegen herhaaldelijk om kaarten, wat in een toch niet al te ver verleden ook met een kaart werd bestraft. De latere matchwinner Iniesta liet zich makkelijk vallen na een klein duwtje van Heitinga, wat de verdediger op zijn tweede gele kaart kwam te staan. Daarnaast bespaarde Webb dezelfde kleine Spaanse middenvelder een rode kaart voor natrappen naar Mark van Bommel.

Als telt niet in de sport. Ik ben bang dat ik nog jaren zal praten over deze wedstrijd, net als mijn vader doet over de finales van 1974 en 1978. Een nieuwe verloren generatie is geboren. Misschien schrijf ik er over twintig jaar een boek over en dan is het mooi geweest. Zaterdagnacht droomde ik dat het al maandag was en dat ik niet wist hoe de finale was afgelopen. Achteraf misschien wel de beste oplossing.

Het juichen is Zuid-Afrika inmiddels wel vergaan na de nederlaag tegen Uruguay. Anders was dat na de eerste WK-goal van Tshabalala tegen Mexico die op een wel hele bijzondere manier werd gevierd. Was een een variant van de Macarena of iets typisch Zuid-Afrikaans? Kijk en oordeel zelf.





Een doelpunt vieren kan op allerlei manieren en achteraf kijk je er soms toch net iets anders naar. De beelden van Diego Maradona na zijn goal tegen Griekenland op het WK in 1994 zijn hier een voorbeeld van. Na de wedstrijd werd hij betrapt op het gebruik van doping en moest hij het WK verlaten.





Het fragment van de Italiaan Tardelli werd bij het vijftigjarig jubileum van Studio Sport omschreven als de tomeloze Tardelli. Een treffendere titel is bijna niet te bedenken voor de extatische manier waarop hij zich realiseerde dat hij zijn land wereldkampioen zou maken. Echt een kippenvelmoment.





In 2006 viert landgenoot Fabio Grosso zijn beslissende doelpunt in de halve finale tegen Duitsland min of meer op gelijke wijze, een ode aan Tardelli.





Roger Milla is wereldberoemd geworden op het WK in 1990. Vanwege zijn doelpunten, maar vooral ook vanwege zijn dansjes bij de cornervlag. De ageless lion uit Kameroen is met zijn 42 jaar in 1994 nog altijd de oudst scorende speler op een WK. Let bij het tweede doelpunt in dit filmpje uit 1990 ook op het balgevoel van onze grote vriend René Higuita.





De komende beelden uit 1994 zullen bij menig Nederlandse voetbalfan nog op het netvlies staan. Bebeto was net vader geworden en vierde het tweede doelpunt van Brazilië daarom wiegend, samen met Romario en Mazinho.





Zouden de Nederlandse invloeden van Guus Hiddink gezorgd hebben voor de schaatspassen die de Koreaan Ahn maakte na zijn goal tegen USA op het WK van 2002?





Brian Laudrup ging er maar even bij liggen na zijn streep tegen Brazilië op het WK van 1998.





De overwinning van Senegal op regerend wereldkampioen Frankrijk in de openingswedstrijd van het WK in 2002 was een sensatie, mede door het feestje na de goal van Papa Bouba Diop.





Ben benieuwd wat turncommentator Hans van Zetten hiervan zou vinden… Er komt echt geen einde aan de serie sprongen van Julius Aghahowa na zijn goals voor Nigeria. Zijn landgenoot Obafemi Martins kan er ook wat van, dus het is te hopen dat hij nog een goal maakt op dit WK.





Het gaat helaas niet altijd goed, zo bewees Boudewijn Zenden in de troostfinale van het WK in 1998. De salto die hij probeerde te maken na zijn goal tegen Kroatië kwam niet van de grond.



Voor grote sportevenementen worden vaak kolossale en revolutionaire stadions neergezet, zo ook in Zuid-Afrika. Kers op de taart is Soccer City in Johannesburg, waar vanmiddag de openingswedstrijd wordt gespeeld tussen Bafana Bafana en Mexico. Het ontwerp is geïnspireerd op een Afrikaanse pot, een uitgeholde kalebas waaruit wordt gegeten. Soccer City is niet het eerste spectaculaire stadion waarin een WK wordt gespeeld, een overzicht van tien bijzondere voetbaltempels uit de voetbalgeschiedenis.


Het Aztekenstadion in Mexico-Stad is het enige stadion ter wereld waar twee keer de WK-finale werd gespeeld. In 1970 werd het legendarische Braziliaanse elftal onder leiding van Pélé er voor de derde keer wereldkampioen en in 1986 versloeg Maradona’s Argentinië de West-Duitsers. Maradona maakte er in de kwartfinale van hetzelfde WK tegen Engeland ook zijn beruchte Hand van God-doelpunt en voltooide zijn beroemde solo met het doelpunt van de eeuw. Azteca was in 1968 niet het hoofdstadion van de Olympische Spelen in Mexico-Stad, maar de voetbalwedstrijden werden er wel gespeeld.


Centenario in Montevideo werd gebouwd ter ere van het honderdjarig bestaan van Uruguay en voor het eerste WK uit de geschiedenis in 1930. Het Zuid-Amerikaanse land won destijds in hun nieuwe thuishaven de finale van Argentinië en speelt nog steeds regelmatig interlands in hetzelfde stadion, dat ook vaak het decor is van de stadsderby tussen Peñarol en Nacional.


Het Nederlands Elftal verloor in 1978 voor de tweede keer op rij de WK-finale. Argentinië was de baas in het eigen El Monumental in Buenos Aires. Met de vele lichtblauwe en witte snippers was het stadion destijds een ware heksenketel. Het stadion lag op loopafstand van de martelkamers van de Argentijnse Junta en het WK heeft hierdoor nog steeds een nare bijsmaak voor velen. River Plate en het Argentijns elftal zijn nog steeds de bespelers van El Monumental.


In het Olympiastadion van München liep Nederland in 1974 tegen een ander nationaal trauma op, maar vierde het ook succes op het EK in 1988. Het stadion werd gebouwd voor de Olympische Spelen van München in 1972. Mede daardoor heeft de atletiekbaan een prominente plaats in het bouwwerk, wat het stadion voor voetbalwedstrijden minder aantrekkelijk maakt. De toeschouwers zitten relatief ver van het veld en niet alle zitplaatsen zijn overdekt. Bespeler Bayern München is inmiddels uitgeweken naar de moderne Allianz Arena. Het Olympiastadion blijft een monument voor de sport en is nog steeds een architectonisch meesterwerk. Het doorzichtige hangende dak was begin jaren zeventig baanbrekend.


Over trauma’s gesproken, Brazilië had in 1950 genoeg aan een gelijkspel tegen Uruguay om wereldkampioen te worden. Op eigen bodem in het Maracanã dat speciaal voor dit kampioenschap was gebouwd, werd met 2-1 verloren van hun rivaal en buurland. De wond is nog altijd niet helemaal geheeld. Marcanã had oorspronkelijk plaats voor 183.000 toeschouwers. Door de komst van zitplaatsen en veiligheidsmaatregelen is de capaciteit nu 95.000. Wat de elipsvormige kolos extra bijzonder maakt, is dat de ringen ondoorbroken rondlopen. Het enigszins vervallen stadion in Rio de Janeiro zal worden opgeknapt en in 2014 opnieuw gebruikt worden voor het WK dat aan Brazilië is toegewezen.


Geen WK-stadion, maar toch speciaal genoeg om in dit rijtje thuis te horen: het Estádio Municipal de Braga in Portugal. Niet zozeer de grootte maar de locatie maakt het stadion bijzonder. Achter één van de doelen bevindt zich geen tribune maar vormt een enorme rotswand het decor. Nederland speelde tijdens het EK van 2004 tegen Letland in deze bijzondere setting.


De Allianz Arena in München is gebouwd voor het WK van 2006. Het stadion lijkt van de buitenkant op een luchtkussen en kan in drie kleuren verlicht worden: rood als Bayern München thuis speelt, blauw als 1860 München in actie komt en wit als het de thuishaven is van die Mannschaft.


Met de twee wereldberoemde torens was Wembley in Londen decennia lang een ware voetbaltempel. Het stadion vormde het decor van de door Engeland gewonnen WK-finale van 1966 en de eindstrijd van het EK in 1996. Pelé noemde Wembley ooit de kerk van het voetbal.


Inmiddels hebben de torens plaats gemaakt voor een hypermodern nieuw stadion, maar het heilige gras groeit nog steeds. Drie jaar geleden is het nieuwe Wembley geopend. Het ontwerp met een enorme boogconstructie is van de hand van Sir Norman Foster. Wembley 2.0 biedt plaats aan 90.000 toeschouwers.


De Rose Bowl in Pasadena is samen met het Råsunda Stadion in Stockholm het enige stadion waar zowel de finale van het WK voetbal voor mannen als voor vrouwen is gespeeld. De enorme arena staat in een voorstad van Los Angeles en wordt vooral gebruikt voor American football. In 1994 vond de WK-finale tussen Brazilië en Italië plaats in de Rose Bowl. De Brazilianen wonnen na strafschoppen, Roberto Baggio miste de beslissende penalty.

Bekijk hier de lijst van klassieke stadions volgens de FIFA

Greenpoint-stadion Kaapstad

Tegenlicht herhaalt in de aanloop naar het WK op 8 juni (23.55, Ned. 2) de aflevering Trademark 2010. Deze documentaire schetst een minder rooskleurig beeld voor de locale bevolking dan de organisatie van het WK wil doen voorkomen. Het programma is een aanrader voor de sportliefhebber die ook geïnteresseerd is in wat zich naast het sportveld afspeelt bij een grootschalig evenement. Onderstaande recensie verscheen eerder in KRO Magazine.

De nieuwe stadions voor het WK voetbal van volgend jaar in Zuid-Afrika naderen hun ­voltooiing. Tegenlicht stelt de vraag of de bevolking ook profiteert van de miljarden­investeringen die gedaan worden voor het toernooi.

Bij de toekenning van de eerste eindronde van het WK voetbal aan een Afrikaans land waren de verwachtingen hooggespannen. Tegenlicht toont vanavond echter de schaduwzijde van de kolossale stadions die in Zuid-Afrika in aanbouw zijn. Bouwvakkers en kleine, lokale ondernemers dreigen het onderspit te delven. De programmamakers hebben de hand weten te leggen op vertrouwelijke contracten tussen de Zuid-Afrikaanse organisatie en wereldvoetbalbond FIFA. Het komt er op neer dat vrijwel alle rechten bij de FIFA en zijn partners liggen; voor de lokale ondernemers blijft er weinig over.

Zo hebben de partners van de FIFA het alleenrecht op het verkopen van eten en drinken in en rond de stadions en in de fanparken. De foodmama’s die nu met hun stalletjes bij de stadions de bouwvakkers van eten voorzien, hebben het nakijken. Het is nog afwachten hoe streng de regels gehanteerd worden, maar er bestaat een kans dat zelfs de marktkramen in het centrum plaats moeten maken voor bijvoorbeeld McDonald’s.

Ook op het gebied van het verkopen van fanartikelen blijken de mogelijkheden beperkt. De FIFA bezit ook op dit terrein alle rechten en daar is niet iedereen van op de hoogte. Pijnlijk is het beeld van een kleine ondernemer in een township die voetbalfiguren maakt van oude colablikjes en een collega die fanartikelen maakt van bouwhelmen die hij met de hand beschildert. Zij weten niet dat alle termen die met het WK te maken hebben, beschermd zijn en ze hun werk volgend jaar niet mogen verkopen. Een treurig gegeven, hoewel het natuurlijk nog afwachten is hoe streng er gecontroleerd gaat worden.

Centraal punt in de uitzending is de bouw van het Green Point-stadion in Kaapstad, gelegen op een prachtige locatie aan het water en ver weg van de townships. De toekenning van het WK betekende werkgelegenheid voor lokale bouwvakkers, maar de vreugde blijkt van korte duur. De arbeidsvoorwaarden zijn onveranderd slecht en de arbeiders zijn na het WK waarschijnlijk weer werkloos. Net zoals het nieuwe stadion trouwens, dat eigenlijk te groot is. Na acht wedstrijden is de kans groot dat het vooral leeg staat; een monument van het FIFA-imperialisme.

Dit artikel verscheen eerder in KRO Magazine. Voor wie meer wil lezen over dit onderwerp is het boek De droom van Zuid-Afrika, achter de schermen bij het WK van 2010 van Floor Milikowski en Evelien Hoekstra een goede optie.